Commercieel ontwerpen : het ontstaan van een collectie

Vorige maand heb ik u al veel verteld over wat er allemaal komt kijken bij het commercieel ontwerpen en ontwikkelen van een kledingcollectie.
Deze maand wil ik verder in gaan op hoe en in welke volgorde de diverse soorten kledingstukken geproduceerd worden.

Als u op de site van Plusman of in een winkel het kledingaanbod bekijkt, ziet u de verschillende soorten kledingstukken die samen een collectie vormen, broeken, truien, overhemden enz. Dat betekent dus, dat al deze kledingstukken op dezelfde tijd in de (web) winkel moeten arriveren.
Daarnaast is het zo dat zo’n kledingcollectie gelijktijdig wordt bedacht. En met bedenken, bedoel ik het totaal idee van zo’n kledingcollectie, met de bijpassende kleuren en details.

Maar, daarna begint pas het eigenlijke ontwerpproces. De volgorde van dat proces wordt bepaald door de tijd die het kost om ieder type kledingstuk te produceren. Ieder type kledingstuk heeft namelijk een ander soort productie proces en een daar bij horende productie tijd. 

Jassen

Als allereerste moeten de jassen ontworpen worden. Als u naar een jas kijkt, lijkt dat ook wel zo logisch. Het is immers een veel ingewikkelder ding dan bijvoorbeeld een T-shirt. Een jas heeft allerlei details, zoals zakken, ritsen, knopen en vaak een binnenvoering. Simpel gezegd, kunt u er van uit gaan dat hoe meer details een kledingstuk heeft, hoe meer er bedacht moet worden en hoe meer er ontwikkeld moet worden. En vooral ook, hoe meer er mis kan gaan en hoe meer vertraging het hele productie proces kan oplopen. Het is namelijk zo, dat een jassen fabriek in eerste instantie de buitenstof, de voering stof en bij winterjassen ook de padding of donsvoering van de jas in moet kopen. Maar ook de knopen, ritsen en gespen moeten ingekocht worden bij allemaal andere fabrieken. Pas op het moment dat een fabriek al die stoffen en accessoires in huis heeft, dan pas kan de jas in elkaar genaaid worden. 

Coordinated look herfst 2016 bij Plusman

Broeken

Broeken bestaan ook uit diverse onderdelen, net als jassen, maar hebben meestal geen

binnenvoering of padding. Broeken zijn daarentegen wel weer het meest gecompliceerd qua pasvorm. Daarnaast is bij spijkerbroeken en veel katoenen vrijetijdsbroeken de wassing een essentieel onderdeel van de uitstraling van het eindproduct. De wassing houdt in dat de broeken fabrieksmatig verouderd en verwassen worden. Dit wordt gedaan in industriële wasserijen. Dit heeft er mede mee te maken dat bij broeken en spijkerbroeken voornamelijk wordt gewerkt met katoenen stoffen die flink krimpen bij de eerste keer wassen. Zo wordt een spijkerbroek bijvoorbeeld gemaakt van ongewassen en dus nog niet gekrompen spijkerstof en daarna pas gewassen en gekrompen tot de juist maat bereikt is. Van iedere stof wordt dus eerst een wastest gemaakt om te kijken wat het exacte krimppercentage is. Daarna wordt de broek exact zoveel groter gemaakt dat deze na het wassen de juiste maat zou moeten hebben. Als u goed naar een spijkerbroek kijkt, dan ziet u vaak dat bij de naden de stof een beetje bobbelig is, daaraan kunt u zien dat de broek in eerst instantie groter was en dat deze gekrompen is in de was.

Overhemden

Bij overhemden maken we vaak het onderscheid tussen geruite overhemden en andere overhemden. Het is namelijk zo dat bij een geruit overhemd, de geruite stof het meest gecompliceerde is aan het overhemd. De geruite stof moet namelijk al als ruit geweven worden. De geruite stof moet dus al goed en “af” zijn voordat er überhaupt een overhemd van gemaakt wordt. Dus worden de garens allemaal in de juiste kleuren geverfd en daarna wordt er een geruite stof van geweven. Pas als de stof in de juiste ruit en in de juiste kleuren gemaakt en goedgekeurd is, kan er een overhemd van gemaakt worden. Vaak is het dan ook zo dat een ontwerper eerst al de ruiten ontwerpt en pas als de stof gemaakt wordt, de overhemden gaat ontwerpen om zo het meest efficiënt te kunnen werken. De ontwerper ontwerpt vaak dan ook pas de andere overhemden. Effen stoffen kunnen namelijk van te voren al geverfd worden. Dat kan door eerst de garens te verven en daarvan een stof te weven

of er wordt eerst een ongekleurde stof geweven, die vervolgens als stof geverfd wordt. Bij de overhemden met een print, wordt eerst de stof geprint en daarna pas verwerkt tot overhemd. De print moet dus ook al goed en “af” zijn voordat er een overhemd van gemaakt wordt, maar de stof is er dan al wel.

Gebreide truien en vesten

Bij deze kledingstukken is het net als bij de geruite overhemden juist het garen dat voornamelijk bepaald hoe het eindproduct eruit zal gaan zien. Meestal worden truien en geruite overhemden dan ook gelijktijdig ontworpen. Een truien ontwerper, kiest eerst al het garen in de gewenste kleuren uit, en pas als al die garens besteld zijn bij de spinnerijen, dan pas worden de truien bedacht. Een breifabriek bestelt dus geen stof waar een kledingstuk van gemaakt wordt, maar alleen de garens, waar ze vervolgens zelf de trui van gaan breien. Het lastige van dit proces is, dat het nogal eens voorkomt dat een fabrikant niet altijd goed kan werken met het garen dat ze ontvangen. Dit zorgt nogal eens voor discussies, want een fabrikant vind natuurlijk dat het aan het garen ligt, maar een spinnerij vind natuurlijk dat het aan de fabrikant ligt.     

T-shirts, polo’s en sweatshirts

Deze artikelen worden meestal als laatste ontwikkeld, omdat deze sneller gemaakt kunnen worden. De pasvorm is eenvoudiger, en er zijn vooral bij T-shirts minder tot geen accessoires nodig. Daarnaast worden deze artikelen vaak gemaakt van effen stoffen, die eenvoudig in elke gewenste kleur geverfd kunnen worden. Dit geldt natuurlijk niet voor de meeste gestreepte stoffen, daar wordt het garen ook eerst geverfd en pas daarna tot stof verwerkt. Maar, bij deze artikelen worden vaak wel weer prints, borduursels of applicaties op de kledingstukken toegepast. Dus vaak is het zo, dat de kledingstukken eerst geknipt worden tot de losse onderdelen, daarna naar de print, borduur en applicatie afdeling gaan en pas daarna in elkaar gezet worden.

Al deze kledingstukken moeten dan tezamen een kledingcollectie vormen. Ondanks dat ze allemaal in andere fabrieken gemaakt worden, vaak ook nog in andere landen.

Als al deze kledingstukken correct gemaakt zijn in de juiste volgorde en op tijd verzonden worden en ook nog globaal op tijd binnenkomen in de (web) winkel, dan is dat ieder seizoen weer een wonder!

Een wonder waar heel veel mensen op heel veel verschillende manieren, heel hard aan werken.

En daar ben ik er een van.

Veel shopplezier.

Linda Truijens